Terug naar overzicht

Een kleine oversteek, met groot belang

Dilsen-Stokkem

Het veerpontje van ’t Vierveld

Niet elk dorp kreeg een brug. Toen de Zuid-Willemsvaart werd aangelegd, was het simpelweg niet mogelijk om overal een vaste verbinding te bouwen. Daarom verschenen er op verschillende plaatsen veerponten. Deze lagen vaak bij scheepsjagershuizen en cafés waar er veel volk samenkwam. In Lanklaar, Eisden, Vierveld en Neeroeteren werden ze een vast onderdeel van het dagelijks leven.

Van akker naar overkant 

Ook aan ’t Vierveld lag zo’n voetpont. In eerste instantie was die bedoeld voor boeren. Hun land lag plots aan de andere kant van het kanaal, en zonder oversteek geraakten ze er niet meer. Het pontje bracht hen weer waar ze moesten zijn.

Op weg naar de mijn 

Toen de mijn in Eisden openging, maakten ook mijnwerkers uit Lanklaar gebruik van de oversteek. Het pontje werd een schakel in hun dagelijkse route naar het werk in Mulheim. Een overtocht die hun traject aanzienlijk inkortte. Hubert Dreesen, alias Bèr van ’t Vèèr, en Edward Kosatka waren hier jarenlang trouwe veermannen.  

In 1985 sloot de mijn. En daarmee verdween ook de noodzaak van het pontje. Wat overblijft, is het verhaal van een plek waar dagelijks leven zich afspeelde op en rond het water. Een kleine oversteek, die voor velen het verschil maakte. 

Gerelateerde berichten