Bocholt, Bree, Dilsen-Stokkem, Lanaken, Maaseik, Maasmechelen
Lanaken
Wanneer het donker wordt boven de Zuid-Willemsvaart, verandert het kanaal van functie. Wat overdag een waterweg is voor scheepvaart, wordt ’s avonds een belangrijke route voor vleermuizen.
Waterlopen zijn aantrekkelijke plekken voor vleermuizen. Er zijn veel insecten — hun belangrijkste voedselbron — en de lange, rechte lijn van het kanaal helpt hen om zich te oriënteren in het landschap.
Voor veel soorten vormt de Zuid-Willemsvaart een verbindingsroute tussen rustplaatsen, jachtgebieden en overwinteringslocaties.
Langs het kanaal werden onder andere de rosse vleermuis, watervleermuis en gewone dwergvleermuis waargenomen. In totaal gaat het om een opvallend diverse groep soorten, wat het belang van deze wateras onderstreept.
Een opvallende locatie ligt waar het kanaal Briegden–Neerharen samenkomt met de Zuid-Willemsvaart, op het grondgebied van Lanaken.
Hier kruisen verschillende vliegroutes elkaar. Vleermuizen volgen de oevers en boomrijen, ronden de landtong en steken het kanaal over om hun route verder te zetten.
Interessante vaststelling: veel soorten vermijden het open midden. Ze kiezen liever voor beschutte randen, waar ze zich veiliger kunnen verplaatsen.
Die routes zijn niet vanzelfsprekend. Verlichting vormt een belangrijke verstoring. Fel verlichte zones, bijvoorbeeld aan sluizen, kunnen een barrière vormen. Op die plaatsen daalt de activiteit van vleermuizen merkbaar.
Donkere, aaneengesloten zones zijn daarom essentieel. Oevervegetatie en bomenrijen helpen om die verbinding intact te houden en bieden tegelijk beschutting.
De Zuid-Willemsvaart is dus meer dan een waterweg. Voor vleermuizen is het een netwerk van routes — een corridor die populaties met elkaar verbindt. Hoe die corridor wordt ingericht en beheerd, bepaalt mee of ze bruikbaar blijft.
Met dank aan: Regionaal Landschap Kempen en Maasland