Terug naar overzicht

Mammoet gevonden onder het kanaal

Maasmechelen

Foto in het krantenartikel van 1972 ©JP Conaert

Een prehistorische vondst in Boorsem

Lang voor de Zuid-Willemsvaart werd gegraven, zag het landschap er hier helemaal anders uit. Tijdens de laatste ijstijd, tussen 100.000 en 10.000 jaar geleden, liep in deze streek een mammoet rond. Het dier leefde op een uitgestrekte, koude toendra — op de plek waar vandaag onder meer grind wordt ontgonnen in Boorsem.

Op 5 januari 1972 stootte werkleider Gilbert Merlo tijdens graafwerken op iets bijzonders. In de laadbak van zijn kraan lagen botfragmenten die meteen opvielen. Wat eerst leek op resten van een “raar beest”, bleek na onderzoek het skelet van een mammoet te zijn.

De vondst trok meteen de aandacht van specialisten. Er was hoop om niet alleen losse botten, maar mogelijk een groot deel van het skelet te bergen — iets wat in Limburg zelden voorkomt.

Diep onder het oppervlak

De resten lagen op ongeveer negen meter diepte, onder een dikke grindlaag. Die laag maakt deel uit van een oude Maasarm, een overblijfsel van een tijd waarin de rivier hier nog vrij door het landschap meanderde.

Doorheen de eeuwen slibden die oude geulen dicht, waardoor zulke vondsten vandaag verborgen zitten onder de grond.

Het was niet de eerste keer dat mammoetresten in de regio opdoken. Al in 1825, bij het graven van de Zuid-Willemsvaart, werden in Smeermaas botten gevonden. Ook bij werken aan het Albertkanaal kwamen op meerdere plaatsen tanden aan het licht.

Maar een volledige reconstructie van een mammoetskelet bleef uitzonderlijk.

Verdwenen wereld

De mammoet was een indrukwekkend dier: tot vijf meter hoog, met lange, gebogen slagtanden en een dikke, behaarde huid die bescherming bood tegen de kou. Hij trok door een landschap van ijs, sneeuw en open vlaktes — een wereld die vandaag nauwelijks nog te herkennen is.

De hoop was om het skelet zo volledig mogelijk te bergen en een plaats te geven in het natuurwetenschappelijk museum van Bokrijk. Zo zou een stuk prehistorie opnieuw zichtbaar worden — niet onder de grond, maar voor iedereen.

Een herinnering dat onder dit landschap nog altijd verhalen liggen die duizenden jaren oud zijn.

Foto in het krantenartikel van 1972 ©JP Conaert

Gerelateerde berichten